Ihre Suchergebnisse (9960 gefunden)

Der neue Merker

Rezension Der neue Merker 22.08.2020 | August 22, 2020 Bewegende dynamische Momente

Das Jacques Thibaud Streichtrio lässt die kontrapunktischen und harmonischen Finessen dieser Werke in facettenreicher Weise Revue passieren. [...] Die Dreistimmigkeit wirkt dabei höchst transparent und ausgeglichen. [...] Insbesondere die Ausdruckstiefe [...] sticht leuchtkräftig hervor und berührt den Zuhörer.
Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek

Rezension Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek juli 13, 2020 | July 13, 2020 Vrolijk, melancholisch en heerlijk mooi!

Op deze cd staan twee van de populairste strijkserenades, vol melodische ideeën en slavische sensualiteit. In zijn weelderige Serenade combineerde Tsjaikofski rococo-elegantie met een romantisch gebaar.Na 10 jaar altviool te hebben gespeeld in het orkest van het Nationaal Theater van Praag, en na het componeren van zijn eerste ambitieuze werken in 1865, nam Dvořák in 1871 ontslag bij het orkest om zich te wijden aan compositie. Hij leefde van privélessen en had een baan als kerkorganist. Door de eerste lokale successen en het begin van zijn bekendheid, kreeg hij gedurende vijf jaar een beurs van de Oostenrijks-Hongaarse staat waarmee hij zijn Vijfde symfonie, verschillende kamermuziekwerken en de van Duitse en Slavische romantiek doordrongen Serenade kon componeren. Johannes Brahms was lid van de jury. Het was een gelukkige periode in zijn leven. Op 33-jarige leeftijd trouwde hij in 1875 met zijn pianoleerlinge, Anna Čermáková en de eerste van hun negen kinderen werd geboren.

1875 was een vruchtbaar jaar voor Dvořák. Hij componeerde zijn symfonie nr. 5, een 2de strijkkwintet en een 1ste pianotrio, de opera “Vanda” en de Moravische duetten. Dvořák zou zijn vijfdelige Serenade in slechts 12 dagen hebben gecomponeerd. Het stuk ging in december 1876 in Praag in première door Adolf Čech en de gecombineerde orkesten van Tsjechische en Duitse theaters en het werd in 1877 gepubliceerd als arrangement voor pianoduet in Praag. De partituur werd twee jaar later gedrukt in Berlijn.

Tsjaikofski wilde dat de eerste beweging van zijn serenade, “Pezzo in forma di sonatina”, een imitatie zou zijn van de stijl van Mozart. Het was mede daarom gebaseerd op de vorm van de klassieke sonatine, met een langzame introductie. Deze opwindende Andante introductie, gemarkeerd als “semper marcatissimo” wordt aan het einde van de beweging herhaald en verschijnt dan opnieuw, getransformeerd, in de coda van de vierde beweging. Op de partituur, schreef Tsjaikofski, “Hoe groter het aantal spelers in het strijkorkest, hoe meer dit in overeenstemming zal zijn met de wensen van de auteur”. De Serenade werd in december 1880 privé uitgevoerd in het Conservatorium van Moskou en de eerste openbare uitvoering was in oktober 1881 in Sint-Petersburg, onder leiding van Eduard Nápravnik (1839-1916). In november 1875 dirigeerde Nápravnik de première van Tsjaikofski’s Eerste Pianoconcerto, met Gustav Kross als solist, en zou eveneens de dirigent zijn van Tsjaikovski’s Zesde Symfonie op 18 november 1893, twaalf dagen na het overlijden van de componist.

Het Balkan Chamber Orchestra is in 2007 opgericht door de Japanse dirigent Toshio Yanagisawa om het begrip onder de Balkanlanden te bevorderen, geschokt door etnische conflicten. Sindsdien fungeert de BCO al jarenlang als culturele brug tussen mensen door middel van muziek. Het Balkan Chamber Orchestra bestaat uit uitstekende musici die als belangrijkste strijkers optreden in orkesten van hun thuisland en een leidende rol spelen in de klassieke muziekscene in de Balkanlanden. Ondanks de moeilijkheden om klassieke muziek te promoten tijdens het herstelproces na het politieke conflict, heeft het Balkan Chamber Orchestra de muzikale kwaliteit enorm kunnen verbeteren.
Klassiek Centraal

Rezension Klassiek Centraal 6. juli 2020 | July 6, 2020 Audite realiseert CD met hoogtepunten van Franz Liszt

In augustus 1841 bereikte de gekte rond Franz Liszt een hoogtepunt. De klavierleeuw liet zich in een koets met zes witte paarden rondrijden door Berlijn onder luide toejuichingen van een uitzinnige menigte.

Het jaar daarop kwam de Lisztomania zoals Heinrich Heine de heisa rond Liszt treffend noemde, tot een abrupt einde. Moe van het lege virtuozenbestaan trok Liszt zich terug in Weimar waar hij het geluk had aangesteld te worden als Kapellmeister. Het werd het begin van een vruchtbare periode die duurde tot 1861.

Vrijwilligers gezocht
Liszt herwerkte in die tijd niet alleen tal van zijn pianowerken maar gaf ook zijn ideeën over programma muziek en de band tussen poëzie en muziek definitief gestalte. In Weimar componeerde hij enkele van zijn belangrijkste werken.

De op deze cd gepresenteerde composities stammen allemaal uit die periode. Ze bieden een representatieve doorsnede van zijn orkestwerken: een gelegenheidswerk, een symfonisch gedicht en een uitgebreid symfonieprogramma. De luisteraar krijgt een treffend beeld van Liszts veelzijdigheid en baanbrekende creativiteit.

Schillers verjaardagsfeest
Die Künstlerfestzug zur Schillerfeier, geschreven ter gelegenheid van Schillers honderdste geboortejaar in 1859, plechtig en heroïsch van karakter is de perfecte opwarmer. Een aantal muzikale elementen die we hier horen, gebruikte Liszt ook voor zijn andere op Schiller geïnspireerde werken zoals Ideale en An die Künstler. Het lyrische thema in de hoorn dolce en expressivo, aanvankelijk door strijkers en harp begeleid en vervolgens door het hele orkest overgenomen, is zo’n voorbeeld van een ‘Schillermelodie’.

Tasso de pechvogel

Tasso Lamento e Trionfo is een symfonisch gedicht, een muzikale vorm waar Liszt de uitvinder van was en waarin met muzikale middelen een buitenmuzikale werkelijkheid wordt opgeroepen.

De renaissancedichter Tasso was volgens Liszt de belichaming van de gekwelde dichter: tijdens zijn leven miskend, achtervolgd door tegenslag, slecht behandeld, opgesloten in een gekkenhuis, maar postuum glanzend als een oogverblindende ster.

Alle aspecten van dat gekwelde kunstenaarsleven zijn terug te vinden in dit symfonische gedicht, een meesterlijke verklanking van lijden en postume triomf. We volgen onze held over de lagunes van Venetië, bezongen door de gondeliers, vervolgens naar het hof van Ferrara waar hij zijn meesterwerken schreef en tot slot naar Rome waar hij tot dichter der dichters gekroond werd en – te laat – erkenning kreeg voor zijn werk.

Een klagelijke, weemoedige, eentonige melodie volgt de melancholieke rondzwervende dichter die nergens thuis is. Een melodie die op Lisztiaanse wijze onder allerlei vermommingen de meest verschillende gedaantes aanneemt. We horen diepe terneergeslagenheid, melancholie, meditatie en krijgshaftige uitbarstingen uitmondend in de triomf die de dichter pas na zijn dood mocht smaken. Hier bespeelt Liszt de gevoelens van de luisteraar op geraffineerde wijze met zijn rijke gevarieerde instrumentatie, accenten en klankkleuren.

Tasso was oorspronkelijk bedoeld om Goethes honderdste verjaardag in 1849 luister bij te zetten, maar het werk oversteeg de gelegenheid volkomen en ging de geschiedenis in als een eerbetoon aan een held van de wereldliteratuur.

De hel van Liszt

Klapstuk van deze cd is de Symphonie zu Dantes Divina Commedia ook wel kortweg Dante Symfonie genoemd. Dit is Liszts vertaling van Dantes Divina Commedia in muziek.
Een curieus werk dat slechts uit twee delen bestaat: Inferno en Purgatorio. Op advies van zijn schoonzoon Richard Wagner liet Liszt een slotdeel Paradiso achterwege. Immers welke sterveling zou in staat zijn om een beeld van het Paradijs te schetsen? Liszt – niet voor één gat te vangen – loste dit probleem op door het Purgatorio naadloos te laten aansluiten op een door een sopranen- en altenkoor gezongen hemels Magnificat. Zo kreeg de luisteraar toch nog een inkijkje in het Paradijs.

De hel begint indrukwekkend. Liszt haalt meteen alles uit de kast: met dreunende paukenslagen wordt de luisteraar zijn stoel uit en de poorten van de hel binnen gejaagd: lasciate ogni speranza, voi ch’entrate! (Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt!). Dat is het hoofdmotief dat een aantal malen terugkeert. De tonaliteit is zoek, wat een wankele, instabiele sfeer schept. In een allegro frenetico leidt Liszt de luisteraar de gruwelijke diepte in, waar hels gekrijs, sardonisch gelach, razernij, vertwijfeling, woede en verwensingen van de vervloekten uiting geven aan een eeuwige doodstrijd. Hier is geen troost, geen liefde, geen rust. Hier worden de zondaars door een orkaan de eeuwige duisternis ingejaagd.

Maar nog beklemmender wordt de sfeer als de stilte invalt en Liszt ons de ongelukkige geliefden Paolo en Francesca toont, als voorbeeld van menselijke zwakte. Betrapt in flagrante delicto en vermoord door haar jaloerse echtgenoot, is Francesca gedoemd om in de hel haar momenten van geluk eindeloos te herleven. Basklarinet en althobo begeleid door een hemelse harp bezingen de pijn die de erotische dromen teweeg brengen. Amoroso staat er in de partituur, als om aan te geven dat waar geen plaats is voor hemelse liefde (namelijk de hel) de aardse liefde nog steeds smeult.

Als muziek al in staat is om de verleden tijd weer te geven, dan is Liszt er hier in geslaagd om door subtiele instrumentatie en een wankelende zevenkwartsmaat de luisteraar mee te voeren naar het verleden van Francesca, die ruggelings vastgeklonken aan haar minnaar, haar wellustige herinneringen steeds moet doorleven, maar onmachtig is om onder woorden te brengen wat ze doormaakt. In Liszts hel is geen plaats voor woorden.

Als Francesca al hoop koestert om uit haar lijden verlost te worden dan wordt deze de grond in geboord door de terugkeer van het hoofdmotief Lasciate ogni speranza en een gestaag intensiverend pandemonium dat culminineert in het huiveringwekkend gejank van een windmachine.

Moe gebeukt komen we in het Purgatorium terecht.

De verlossing van Liszt

In tegenstelling tot de cyclische Inferno die begint en eindigt met dezelfde onheilspellende boodschap, beweegt dit deel naar een duidelijk einddoel: verlossing en opname in het paradijs.

Een golvend motief in de strijkers, regelmatig en obsessief, roept een beeld op van verloren zielen zwervend tussen een wereld van licht en een wereld van duisternis. Een plechtig koraal breekt door de flarden mist heen als voorbereiding op een grootse fuga over een klagelijk thema. Een lange reeks sequensen, opstijgend als ware het Jakobs ladder, brengt steeds wisselende caleidoscopische klankkleuren teweeg. Hoger en hoger gaat het, totdat in een uitbarsting van licht Liszt ons een blik op het Paradijs gunt, als een openbaring begeleid door een koor engelen die regels uit het Magnificat zingen.

Zo eindigt één van de meest curieuze werken uit het symfonische repertoire. Een wonderbaarlijke schepping van ongebreidelde fantasie en creativiteit.

Een belangrijke cd

Die Staatskapelle Weimar (opgericht in1491) is een van de oudste orkesten van Duitsland. Het orkest brengt met deze cd een hommage aan haar illustere voorganger.

Onder leiding van dirigent Kirill Karabits levert het orkest een meer dan welkome bijdrage aan de herwaardering van een componist wiens scheppend werk niet altijd naar zijn juiste waarde geschat wordt, omdat zijn verleden als oppervlakkige playboy/virtuoos hem tot op heden blijft achtervolgen. Ten onrechte! Hier is een genie aan het werk geweest, of om weer met Heine te spreken, een geniale hansworst.

Deze cd is ook een belangrijke aanvulling op de Lisztdiscografie. Mooi ruimtelijk en zeer gedetailleerd opgenomen door een team briljante geluidstechnici kan deze opname wedijveren met willekeurig welke andere.

Die Staatskapelle Weimar is niet alleen één van de oudste orkesten van Europa, maar ook één van de beste, zo blijkt hier.

Het orkest overtuigt in alle gelederen. Met superieur gemak overwint het de lastigste passages, waar vooral de Dantesymfonie zo rijk aan is. Het beschikt over een uitzonderlijk rijk palet aan klankkleuren. Dynamiek, accenten, frasering, alles is tot in de puntjes verzorgd. Met extra complimenten aan de basklarinettist en de althoboïst die een ontroerende Francesca neerzetten.

De dames van het Opernchor des Deutschen Nationaltheaters Weimar en de jongens van de Jenaer Philharmonie leveren vanachter de coulissen een hemelse bijdrage.

De in onze streken niet zo bekende dirigent Kirill Karabits haalt alles uit de partituur. Het resultaat is overdonderend.

Al met al een waardige revanche voor de première onder leiding van de componist zelf in1857, die volledig de mist in ging door te weinig repetities en slecht gemotiveerde musici.
Karabits en zijn equipe maken die misser na 163 jaar meer dan goed!
Crescendo Magazine

Rezension Crescendo Magazine 2 septembre 2020 | September 2, 2020 JOKER DE CRESCENDO - PATRIMOINE

Cela va sans dire, cette archive est essentielle et elle ravira les nombreux nostalgiques de cet immense maestro tout en séduisant les amoureux de la musique française.
Musica

Rezension Musica n° 315, aprile 2020 | April 1, 2020 Dopo il bel CD dedicato all’incompiuto Sardanapalo e a Mazeppa, Kirill...

Kirill Karabits, che può ormai essere considerato un vero specialista di questo repertorio, si conferma interprete lisztia no d’elezione nel conciliare la raffinatezza dei colori con la potenza degli sbalzi dinamici, l’equilibrio formale e la chiarezza dei dettagli con l’enfasi di fraseggio indispensabile per restituire l’esaltazione e la forza visionaria di queste pagine. Un risultato davvero pregevole al quale concorrono con impeccabile disciplina, varietà timbrica e qualità di suono la Staatskapelle di Weimar e i cori impegnati nel Magnificat.
www.pizzicato.lu

Rezension www.pizzicato.lu 03/09/2020 | September 3, 2020 Armin Jordan und Felicity Lott brillieren in französischem Programm

Nach einem sehr schönen, evokativen und lyrisch-sensuellen Prélude à l’après-midi d’un faune, begeistert Armin Jordan auf dieser Audite-CD mit einer extrem dynamischen, packenden und farbigen Interpretation der 2. Suite aus Roussels Ballett Bacchus et Ariane. Jordan gelingt es, in dem opulenten Spiel des Orchestre de la Suisse Romande ein ideales Gleichgewicht zwischen orchestraler Virtuosität, scharfen Rhythmen und subtilen Harmonien herzustellen.

Debussys Epigraphes Antiques erklingen in der Orchestrierung von Ernest Ansermet. Armin und sein Orchester entwickeln ein gutes Gespür für die leichten, atmosphärischen Klangwerte und die Nuancen der Musik.

Von Ernest Chaussons Poème de l’amour et de la mer gibt es mehr schlechte als gute Aufnahmen. Diese hier ist eine gute. Ernest Chausson war ein Bewunderer Richard Wagners, und wenn anderen Dirigenten den Poème wagnerisiert haben, so hütet sich Armin Jordan davor, Ähnliches zu tun. Er schafft einen stimmungsvollen und sehr feinen orchestralen Rahmen für seine Solistin Felicity Lott. Die Sängerin versteht es, eine starke Emotion zu erzeugen, sowohl in den süßesten und sanftesten Momenten als auch in den dramatischeren Teilen. Überall sorgt sie für eine gefühlvolle Lyrik, in jeder Melodie versteht sie es, eine wirkungsvolle Dramaturgie zu konstruieren, die sie auf bezaubernde Weise, aber auch mit perfektem Geschmack die Höhepunkte erreichen lässt.

After a very beautiful and evocative, lyrical-sensual Prélude à l’après-midi d’un faune, Armin Jordan inspires on this Audite-CD with an extremely dynamic, gripping and colourful interpretation of the 2nd Suite from Roussels ballet Bacchus et Ariane. In the opulent playing of the Orchestre de la Suisse Romande, Jordan succeeds in achieving an ideal balance between orchestral virtuosity, sharp rhythms and subtle harmonies.
Debussy’s Epigraphes Antiques can be heard in the orchestration by Ernest Ansermet. Armin and his orchestra develop a good feeling for the light, atmospheric tonal values and nuances of the music.
There are more bad than good recordings of Ernest Chausson’s Poème de l’amour et de la mer. This one is a good one. Ernest Chausson was an admirer of Richard Wagner, and while other conductors took this in account for their performance of the Poème, Armin Jordan is careful not to do the same. He creates an atmospheric and very fine orchestral setting for his soloist Felicity Lott. The singer knows how to create a strong emotion, both in the sweetest and gentlest moments and in the more dramatic parts. Everywhere she creates a soulful lyricism, in every melody she knows how to construct an effective dramaturgy, which allows her to reach the climaxes in an enchanting way, but also with perfect taste.
Audio

Rezension Audio 10/2020 | October 1, 2020 KLANG TIPP

Abseits der vielen Mozart-Hits bietet diese CD Aufnahme-Raritäten aus dem großen Oeuvre dieses einzigartigen Komponisten: Auch die Streichtrios belegen Mozarts Meisterschaft – und seine Beschäftigung mit dem Werk Johann Sebastian Bachs. Das seit mehr als 25 Jahren bestehende Jacques Thibaud String Trio interpretiert die Adagios und Fugen sowie das Divertimento KV 563 mit Eleganz, Ausdruck und tänzerischem Schwung. Das Zusammenspiel der drei Streicher besticht überdies durch Präzision und Leichtigkeit. Dazu passt, dass das Klangbild schön natürlich und ausgewogen ist. Als Zugabe bekommt man noch zwei Stücke als kostenlosen Download. Eine lohnende Entdeckung.
Stereoplay

Rezension Stereoplay 10|2020 | October 1, 2020 KLANGTIPP

Unvertändelt lassen die Interpreten den Geist der Komposition leben: präzise in der Artikulation, gleichberichtigt in der Dreistimmigkeit, unzimperlich im Ton, elastisch in Dynamik und Phrasierung.

Suche in...

...