Ihre Suchergebnisse (9970 gefunden)

Thüringische Landeszeitung

Rezension Thüringische Landeszeitung 8. Juni 2019 | Wolfgang Hirsch | 8. Juni 2019 Eines Blaublüters verblüffende Virtuosität

[...] die enthemmte Spiellust dieser professionellen, von der Leine gelassenen Bachcollegen bereitet dem Hörer nichts als das pure Vergnügen. Chapeau!
Mitteldeutscher Rundfunk

Rezension Mitteldeutscher Rundfunk Di 11.06., 18:05 Uhr MDR Kultur Spezial Musik | Claus Fischer | 11. Juni 2019 Ein spannendes Debüt! Das Thüringer Bach Collegium ist noch relativ jung. 2015...

In diesen Neuaufnahmen der sehr nach Vivaldi klingenden Concerti des 17-jährigen Prinzen Johann Ernst von Sachsen-Weimar überzeugt das Ensemble mit großer Klarheit und Transparenz, aber anderseits auch mit einer gewissen Sinnlichkeit im Klang. [...] Und das Ganze hat eine enorme Vitalität!
http://espacelivresedmondmorrel.blogspot.com

Rezension http://espacelivresedmondmorrel.blogspot.com lundi 3 juin 2019 | Jean Lacroix | 3. Juni 2019 Schubert, inépuisable...

Il faut encore monter d’un cran pour évoquer un album de deux CD Audite (23.443) qui propose deux autres sommets schubertiens : le Quatuor n° 14 D. 810 « La Jeune Fille et la Mort » couplé au Quintette à cordes D. 956. C’est le Quatuor de Crémone qui officie, auquel vient s’ajouter pour le quintette Eckart Runge, qui joue sur un des rares violoncelles conservés des frères Amati. Nous touchons ici à la perfection instrumentale. Le Quatuor de Crémone, qui utilise de son côté pour la première fois les quatre Stradivarius de l’ancien Quatuor Paganini, a déjà gagné ses titres de noblesse dans une passionnante intégrale de Beethoven, mais aussi dans Bartok, Haydn ou Saint-Saëns. Sa version de « La Jeune Fille et la Mort » nous plonge tout de suite dans le drame par une tension fiévreuse qui ne se démentira pas pendant la petite quarantaine de minutes que dure cette aventure musicale qui étreint le cœur et l’âme. La qualité instrumentale, la splendeur sonore, l’ampleur de la vision, la vigueur des rythmes côtoient sans cesse une émotion intense que nous avons rarement autant ressentie. L’Andante con moto, qui sourd comme d’une angoisse latente, est poignant. On retrouve dans toute l’interprétation le grand geste chambriste, incisif, nerveux, tendu, celui qui tient en haleine et fascine par son poids d’intensité. Même impression dans le Quintette dont la puissance expressive est la résultante d’une complicité fervente, d’un engagement sans concession et d’une conception dans laquelle les couleurs viennent s’ajouter à une ligne formelle rigoureuse. Le violoncelle d’Eckart Runge, qui enseigne notamment à la Chapelle Musicale Reine Elisabeth et a été le fondateur du Quatuor Artémis, s’intègre avec noblesse au discours de ses collègues occasionnels : le son est ample et généreux, le timbre sensible, la pureté et l’élégance sont au rendez-vous. Il est certain que l’association du quatuor et du soliste est le résultat d’une démarche positive au cours de laquelle les cinq intervenants ont privilégié une approche souveraine qui rend justice à ces pages sublimes.

Les conclusions s’imposent d’elles-mêmes : les deux productions nous séduisent par leur tenue et leur hauteur de vue. Si un choix (douloureux) devait être fait, nous conseillerions comme premier achat l’album Audite, mais comment résister à l’ambiance du CD Alpha ?
Der Reinbeker

Rezension Der Reinbeker 6. Juni 2019 | Peter Steder | 6. Juni 2019 Musik aus aller Welt

Sonaten von Debussy (mit mosaikartiger Vielgestaltigkeit) und C. Franck [...] sowie Charakterstücke von Fauré mit weit geschwungener Melodik und Saint-Saëns bieten ein Panorama der französischen Kammermusik zwischen den 1860er und 1910er Jahren.
Der Reinbeker

Rezension Der Reinbeker 6. Juni 2019 | Peter Steder | 6. Juni 2019 Musik aus aller Welt

[...] ein Streifzug durch Spanien zu führenden Komponisten des 20.Jhdt.: Albeniz (aus »España«), Granados (aus »Goyescas« und »Danzas Españolas«), de Falla (aus »La vida breve« u. »El amor brujo«) und Turina (aus »Danzas fantásticas«), ferner Cassadós Suite f. Violoncello (3 Tanzsätze) und de Sarasates »Zigeunerweisen«, die als Eckpfeiler der virtuosen Violinliteratur gelten.
Der Reinbeker

Rezension Der Reinbeker 6. Juni 2019 | Peter Steder | 6. Juni 2019 Musik aus aller Welt

Rachmaninov schuf 1901 nach einer längeren schöpferischen Pause mit seinem op. 39 das erste große Sonatenwerk eines russischen Komponisten. Es zeigt in eng verzahnten Sätzen melodisch-harmonischen Reichtum und emotionale Dichte. Seine berühmte »Vocalise« und kleinere Stücke von Glasunow, Tschaikowski, Arenski und Skrjabin runden die repräsentative Auswahl ab.
Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek

Rezension Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek Maart 25, 2019 | Michel Dutrieue | 15. März 2019 Heerlijk mooie Impromptus, Moments musicaux e.a. van Schubert, door Kemal Cem Yilmaz en Patricia Montero, op de labels Audite en pavane

Na een schitterende carrière als docente, nam Patricia Montero, een leerlinge van Eduardo del Pueyo, een aantal pianowerken van Schubert op, die haar heel na aan het hart liggen, inclusief de weinig gespeelde en onafgewerkte Sonate D. 571. Kemal Cem Yilmaz begon op achtjarige leeftijd piano te studeren bij Daniel Vodovoz in Langenhagen, nabij Hannover. Het publiek was verrukt over zijn talrijke concerten als kind, want zijn spel was reeds volwassen en inspirerend. Patricia Montero en Kemal Cem Yilmaz brengen nu op hun nieuwe cd, de verklanking van de intieme, dichterlijke emotionaliteit van Franz Schubert.

Schuberts hier, door Kemal Cem Yilmaz gespeelde, acht Impromptus uit 1827, zijn karakterstukken die tot zijn bekendste en populairste pianowerken behoren. Vol rijke lyriek, zijn ze weliswaar veel meer dan kleine toevalligheden “à l’improviste”, zoals de titel laat vermoeden. De Impromptus, gecomponeerd tijdens een vakantie in Graz, werden gepubliceerd in twee sets van elk vier Impromptus. De eerste twee stukken van de eerste set werden in 1827 tijdens het leven van de componist, door Haslinger in Wenen gepubliceerd als op. 90. De derde en vierde van de eerste set werden gepubliceerd in 1857. De tweede set werd in 1839 postuum gepubliceerd als op. 142, met een opdracht toegevoegd door de uitgever, aan Franz Liszt. De twee sets zijn nu gecatalogiseerd als respectievelijk D. 899 en D. 935. Ze worden terecht beschouwd als één van de belangrijkste voorbeelden van het fijn en populair Biedermeier genre in het Wenen van de vroege 19de eeuw.

Eén van de opmerkelijkste aspecten van Schuberts talent was ongetwijfeld zijn vermogen om als tijdgenoot van de grote Beethoven, voor wie hij trouwens de grootste bewondering had, zijn eigen persoonlijke taal te ontwikkelen. Door het combineren van één sonate en twee verzamelingen korte pianostukken, eert de opname van Patricia Montero, twee verschillende maar complementaire aspecten van Schuberts pianowerken. Bovendien gaf Schubert als één van de eersten in die tijd, bekendheid aan kleine genres, zoals korte stukken voor piano, Impromptus, Moments musicaux en Klavierstücke. Het specifiek karakter van deze korte stukjes werd gevormd door hun lyriek, die overal terug te vinden is en die terecht geassocieerd wordt met zijn talent voor het componeren van liederen.

De beroemdheid van Schuberts korte stukken heeft echter de bekendheid van zijn bijzondere sonates overschaduwd. Het aantal sonates, gecomponeerd door Schubert, is moeilijk te bepalen, omdat vele helaas niet voltooid werden. Dit is het bv. geval met de waardevolle Sonate in fis D. 571. Deze Sonate werd gecomponeerd in juli 1817 maar werd pas voor het eerst gepubliceerd door Breitkopf & Härtel in 1888. De sonate is onvolledig. Ze bestaat slechts uit slechts één enkele beweging, en zelfs die werd niet voltooid. Anderen, zoals Eusebius Mandyczewski (1857-1929), Howard Ferguson, Noël Lee en Martino Tirimo (°1942), hebben geprobeerd de veronderstelde intenties van Schubert te realiseren. Deze hypothetische aanvullingen van de sonate werden door hen ontleend aan afzonderlijk gepubliceerde stukken van Schubert, zoals een (verondersteld) Andante in A, D. 604, een Allegro vivace in D, en een Allegro in fis, D. 570.

Schubert componeerde Drei Klavierstücke D. 946, in mei 1828, amper zes maanden voor zijn overlijden. Ze waren oorspronkelijk bedoeld als een derde set van vier Impromptus, maar er werden er slechts drie gecomponeerd. De Klavierstücke werden voor het eerst gepubliceerd in 1868, onder redactie van Brahms. In vergelijking met de sets D. 899 en D. 935, worden deze werken jammer genoeg vaak verwaarloosd en worden ze dan ook niet vaak gespeeld of opgenomen. Er is daarnaast weliswaar twijfel of deze stukken daadwerkelijk een cyclus vormen of dat ze zijn samengevoegd door Brahms. Sommige musicologen noemen de stukken geen Impromptus, terwijl de eigenlijke Impromptus D. 899 en D. 935, de neiging hebben dichter bij de sonatevorm te staan. De constructie van de stukken D. 946 is trouwens ook anders en staat tamelijk dicht bij de Moments musicaux, cfr. hoe Schubert de midden episoden van de stukken componeerde, en hoe hij telkens de tweede thema’s introduceerde.

In de Six Moments musicaux op. 94 (D. 780) vinden we een grote formele diversiteit aan Schubert-achtige eigenschappen, zijn uniek melodisch talent, zijn buitengewone en originele harmonie met onverwachte akkoorden en modulaties, zijn vermogen om zijn eigen intieme toonkleur te creëren, en zijn voorkeur voor sfeer en schemering.

De zes Moments musicaux, D. 780 (op. 94) werden gecomponeerd tussen 1823 en 1828 en gepubliceerd in het voorjaar van 1828. De oorspronkelijk titel “Moments Musicals” kwam niet van Schubert, maar werd bedacht door de pianist, componist en uitgever, Maximilian Marcus Joseph Leidesdorf (1787-1840) (foto). Naast de Impromptus, Militaire Mars en de Wanderer Fantasie, behoren ze tot Schuberts meest geliefde en beroemdste pianostukken. Schubert zou ze gecomponeerd hebben onder invloed en naar het voorbeeld van de Impromptus, op. 7, uit 1822, van Jan Václav Voříšek en deze van Heinrich Marschner (1795-1861). Schuberts nr. 3 in f werd gearrangeerd door o.a. Leopold Godowsky (foto met Charlie Chaplin), en de zesde werd reeds in 1824, afzonderlijk gepubliceerd in een kerstalbum met als titel, “Les plaintes d’un troubadour”.

Het eerste Moment musical (Moderato) liet al echo’s horen van zijn latere Pianosonate (“Premiere Grande Sonata”), in la klein, D 845, uit 1825, maar bleef nog grotendeels binnen de stijl van de vroeg romantiek. De tweede (Andantino) ontwikkelde de typische sterke emotionele uitbarstingen van Schubert. Opvallend hier is het gebruik van fis (klein) als de toonaard van de dood binnen de romantische stijl, die optreedt in het donker, monotoon B-deel, die naar het einde van de episode, in drama toeneemt. Het doelloos pendelmotief van de A-episode wijst naar het motief van de verdwaalde zwerver, die in zo veel werken van Schubert voorkomt. Pendelmotieven stralen hopeloosheid en doelloosheid uit. Het derde stuk (Allegro Moderato), ook bekend als “Air Russe”, doet denken aan de vele dansen die Schubert voor piano componeerde. In tegenstelling tot de sombere stemming van andere in de cyclus, is deze bijgevolg eerder licht verteerbaar.

In het vierde stuk (Moderato) zijn duidelijk echo’s van Bach te horen, met wiens werk Schubert druk bezig was op het moment dat hij de stukken componeerde. De latente tweestemmigheid in de A-episode, is zeer vergelijkbaar met de prelude in c uit het eerste deel van Bachs “Welgetemperd Klavier”. Het vijfde stuk (Allegro Vivace) heeft een mars-karakter vol drama en de monotonie van het zesde en laatste deel van de cyclus (Allegretto) doet opnieuw denken aan de metafoor van de zwerver (foto, “Der Wanderer im Schwarwald” van Hans Thoma).

De pianistische vereisten om deze “Moments” te spelen, zijn technisch gezien, eerder laag, maar er is een delicate toucher en warme empathie vereist. Net als vrijwel alle meer bekende, korte pianowerken van Schubert, maken de Moments Musicaux geen indruk door virtuositeit, maar eerder door een opvallend grote verscheidenheid aan fijne, emotionele expressie, precies zoals Patricia Montero, geheel in de lijn van haar leraar, het speelt en aanvoelt.

Haar leraar, de Spaanse pianist en pianopedagoog, Eduardo Del Pueyo (1905-1986) (foto), vestigde zich in 1935 in Brussel en werd er een beroemde docent aan het Koninklijk Conservatorium. Daarnaast was hij van 1952 tot 1983, jurylid en adviseur van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano.

Gevormd door de legendarische pianist en pianopedagoog, Pierre Sancan (1916-2008), aan het Conservatorium (CNSM) in Parijs, en vervolgens negen jaar door Eduardo Del Puyeo, is Patricia Montero (foto’s) een briljante pianiste en pedagoge met veel ervaring. Na assistente van Jean-Claude Vanden Eynden, tevens ex-leerling van del Pueyo, werd ze zelf professor aan het Conservatorium van Bergen/Mons en vervolgens in Brussel. Patricia Montero heeft vele onderscheidingen ontvangen, waaronder “Citizen of Honor” van de stad Dallas, en geeft ook regelmatig Masterclasses in Mexico en Spanje.

De Turks-Duitse pianist, Kemal Cem Yilmaz (foto’s), uit Hannover, studeerde piano bij Heidi Kohler, Markus Groh en Christopher Oakden in Hannover, en bij Alfredo Perl in Detmold. Gelijktijdig met zijn muzikale studies en concertactiviteiten, werkte Kemal Cem Yilmaz twaalf jaar als … taxichauffeur in Hannover. Deze zoon van Turkse immigranten, woonde als freelance pianist en componist in Hannover en Istanbul. De Turkse pianiste, Idil Biret, werd zijn belangrijkste beschermvrouw. Al sinds zijn kindertijd is improviseren en componeren voor Yilmaz net zo natuurlijk als de ontwikkeling en uitvoering van de tijdloze werken uit de pianoliteratuur.

Zijn muzikale ervaringen uit zijn vroege jeugd werden aanzienlijk beïnvloed door Turkse, Perzische en Indiase klassieke kunstmuziek en volksmuziek, evenals door Duitse kinderliederen. De focus van het artistiek werk van Kemal Cem Yilmaz ligt in Turkije, maar tegelijkertijd streeft hij ernaar zich te vestigen in de concertcircuit van andere landen, vooral in Duitsland. In 2002 ontving hij de 1e prijs op de nationale Turkse pianowedstrijd in Eskisehir. In Turkije heeft Kemal Cem Yilmaz een druk concertschema ontwikkeld met gerenommeerde orkesten, gerenommeerde kamermuziekpartners en soloprogramma’s. Het profiel van Kemal Cem Yilmaz kenmerkt zich door sociale betrokkenheid, bijvoorbeeld in de vorm van liefdadigheidsconcerten voor “Kindernothilfe” of zijn erelidmaatschap van het Duits pedagogisch muziekproject, “Rhapsody op school”.

Suche in...

...