Ihre Suchergebnisse (9960 gefunden)

concerti - Das Konzert- und Opernmagazin

Rezension concerti - Das Konzert- und Opernmagazin Februar 2023 | February 1, 2023 Mythisch

Beide Interpreten atmen gemeinsam, ergründen ihre Partien sensibel, ergänzen sich aufs Beste, finden für jeden Satz, für jede Passage eine charakteristische Gestaltung. [...] Stefan Hempel lässt seine Violine in vielfachen Nuancen singen, schluchzen, jauchzen, Daniel Seroussi ist am Klavier ein überaus einfühlsamer Partner, der genau die jeweilige Gefühlstemperatur findet.
BBC Music Magazine

Rezension BBC Music Magazine March 2023 | March 1, 2023 Paul Dessau (1891-1979) conducted in various German opera houses before, as a...

Paul Dessau (1891-1979) conducted in various German opera houses before, as a Jew, being forced to emigrate in 1933, first to France, then the US where he wrote film scores. Returning in 1948 to the Soviet Occupation Zone, he was loyal to the political principles of East Germany, writing incidental music for Brecht and setting three of his plays as operas.

Lanzelot (Berlin, 1969) presents an allegorical fairytale in which the eponymous hero challenges and eventually defeats the tyrannical monster. Its libretto, a heavy-handed attack on the GDR’s capitalist bogeymen (at one point the Dragon is described as half dinosaur, half captain of industry!), has little dramatic nuance but some brilliance in the writing. The score employs substantial forces and parodies many styles. In this 2019 Weimar recording, the three main principals work hard at their vocally punishing roles: Máté Sólyom-Nagy as Lanzelot, Oleksandr Pushniak as the Dragon and Emily Hindrichs as Elsa, the woman they fight over. Dominik Beykirch is the secure conductor. There’s a German-language libretto, but no synopsis.
Crescendo Magazine

Rezension Crescendo Magazine Le 22 février 2023 | February 22, 2023 Première mondiale au disque : Lanzelot de Paul Dessau, un opéra paroxystique

la distribution est de très bon niveau, et les chœurs, y compris d’enfants, sont irréprochables. [...] Quant à la direction d’orchestre du jeune chef Dominik Beykirch, […] elle insuffle de la vie, de la démesure et du tempérament à ses troupes.
Radio Bremen

Rezension Radio Bremen Bremen Zwei "Klassikwelt", 05.03.2023 | December 2, -1 BROADCAST

Moderation Klassikwelt 05. 03. 2023
Einen schönen guten Abend und willkommen. Die nächsten 3 Stunden werden heute musikalisch ziemlich bunt sein. Neuerscheinungen mit Kammermusik für Fagott und Percussion sind dabei, Stücke für Streichtrio, ein Konzert für die Hardangerfiedel, 2 Weltklasse-Geigerinnen und auch 2 Virtuosen, die hier in Bremen leben. [..]

Bremen Zwei mit der Klassikwelt am Sonntag. Die Pianistin Jimin Oh-Havenith hat eine ungewöhnliche Karriere gemacht. In ihrer Heimat Südkorea war sie ein Wunderkind am Klavier, dann hat sie lange im Klavierduo mit ihrem 1993 verstorbenen Mann Raymund Havenith gespielt. Nach einer langen Pause aus familiären Gründen ist Jimin Oh-Havenith seit 10 Jahren wieder als Konzert-Solistin und auch im Studio aktiv. Ihr neues Album hat den Titel „For Clara“ – darauf spielt sie 2 Stücke von Robert Schumann, 2 klingende Liebeserklärungen an seine spätere Frau Clara Wieck. Schumanns C-Dur-Fantasie op. 17 gehört zu den meistgespielten Klavierstücken der Romantik. Weniger bekannt ist seine erste Klaviersonate in fis-moll op. 11. Die ist ein Stück mit geradezu „himmlischen Längen“. Ziemlich genau 40 Minuten dauert die Sonate – mehr als viele ausgewachsene Sinfonien. So ein Riesenstück musikalisch und formal zu gestalten, ist eine echte Herausforderung. Jimin Oh-Havenith ist in Schumanns Musik aber hörbar zu Hause. Sie kennt seine Leidenschaften und auch seine Abgründe. Die grandiose Einleitung des ersten Satzes spielt sie mit gläserner Klarheit und mit einer passionierten Düsterkeit. Dann wird die Musik lebendiger, und Jimin Oh-Havenith spielt mit stringentem Rhythmus und sehr vielen charakteristischen Klangfarben. Schumanns Doppelnatur und psychische Zerrissenheit sind in dieser Aufnahme besonders deutlich zu spüren. Eine Reise durch Licht und Schatten zwischen Überschwang und Depression.

Hier kommt Jimin Oh-Havenith mit dem ersten Satz aus Robert Schumanns Klaviersonate Nr. 1 in fis-moll…
Musik Schumann – 15´15
CD audite 20.050, Track 1

Der erste Satz aus Robert Schumanns Klaviersonate fis-moll op. 11 in einer neuen Einspielung von Jimin Oh-Havenith. Die in Südkorea geborene Künstlerin ist eine tolle Pianistin, eine Musikerin mit viel Gespür und Erfahrung. Sie ist das genaue Gegenbild zu den zahlreichen „Klaviergirlies“, die vermarktet werden wie Heidi Klums next top model. Jimin Oh-Havenith hat das nicht nötig – sie überzeugt allein durch die Qualität ihrer Klavierkunst. Eine Pianistin abseits vom Mainstream und gerade deshalb besonders hörenswert!
Theater der Zeit

Rezension Theater der Zeit März 2023 | March 1, 2023 Mehr als nur ein Dokument

Die bei dem Detmolder Label audite erschienene Aufnahme der Weimarer Premiere [...] ist ein Klangkunstwerk dieser besonderen Musik, die vom lyrischen Vorspiel bis zu den monumentalen Tongebilden auch ganze Entwicklungen der Musikgeschichte zusammenhören und gewiss auch Paul Dessau selbst neu entdecken lässt. [...] die Größe dieses Unternehmens ist in der Aufnahme unerhört sinnlich zu erfahren.
Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek

Rezension Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek januari 13, 2023 | January 13, 2023 Ontdek Jean Cras (1879-1932) en Virgilio Mortari (1902-1993) op de cd, “Sarah O’ Brien, Impromptu”, op het label audite. Magisch!

Met deze bijzonder mooie cd verscheen een uniek compendium met de complete impromptus voor harp. De harpiste, Sarah O’Brien bracht bekende werken en verrassende rariteiten samen, verrijkt met 20ste-eeuwse composities, gekruid met Franse en Italiaanse pareltjes uit de 18de eeuw. Op het programma staan zowel originele impromptus voor harp als 3 arrangementen (van werk van Couperin, Rameau en Domenico Scarlatti), alle bij uitstek, uiterst geschikt voor harp. Niet te missen!

De term ‘impromptu’ verscheen voor het eerst op in 1817, in de Allgemeine musikalische Zeitung, als term door een redacteur gebruikt voor de omschrijving van een pianowerk van Jan Václav Hugo Voříšek. Het duurde niet lang voor de eerste generatie romantische componisten het idee overnam. Jan Václav Hugo Voříšek behoorde samen met Dušek, Václav Jan Křtitel Tomášek, Antonín Rejcha en Koželuh, tot de belangrijkst, Boheemse componisten van het einde van de klassieke periode. Zijn invloed op de pianomuziek van latere componisten was aanzienlijk. In niet-vocale muziek werd de titel ‘ballade’ gebruikt voor pianowerken op basis van literaire modellen, bv. in de vier balladen van Chopin, gecomponeerd tussen 1831 en 1843, gebaseerd op o.a. gedichten van Adam Mickiewicz, of Brahms’, op. 10 uit 1856, naar Herder. Later werden door Liszt, Brahms of Grieg, naar de voorbeelden van deze van Václav Jan Křtitel (Johann Wenzel) Tomášek en Jan Václav Voříšek, balladen gecomponeerd als los van een bepaalde tekst staande, zelfstandige, romantisch-lyrische karakterstukken. Daarnaast zou Schubert zijn 6 Moments musicaux, D. 780 (op. 94) gecomponeerd hebben onder invloed en naar het voorbeeld van de Impromptus, op. 7, uit 1822, van Jan Václav Voříšek en deze van Heinrich Marschner (1795-1861).

Schuberts magnifieke 8 Impromptus uit 1827, waren karakterstukken. Vol rijke lyriek, waren ze weliswaar veel meer dan kleine toevalligheden “à l’improviste”, zoals de titel liet vermoeden. De Impromptus, gecomponeerd tijdens een vakantie in Graz, werden gepubliceerd in twee sets van elk vier Impromptus. De eerste twee stukken van de eerste set werden in 1827 tijdens het leven van de componist, door Haslinger in Wenen gepubliceerd als op. 90. De derde en vierde van de eerste set werden gepubliceerd in 1857. De tweede set werd in 1839 postuum gepubliceerd als op. 142, met een opdracht toegevoegd door de uitgever, aan Franz Liszt. De twee sets zijn nu gecatalogiseerd als respectievelijk D. 899 en D. 935. Ze worden terecht beschouwd als één van de belangrijkste voorbeelden van het fijn en populair Biedermeier genre in het Wenen van de vroege 19de eeuw.Fauré: 15 facts about the Great Composer - Classic FM

De pianomuziek van Fauré bestaat o.a. uit 3 “Romances sans paroles” op. 17 (uit ca. 1863), 13 Nocturnes (1875-1921) en 13 Barcarolles (1881-1913), 5 Impromptu’s (1881-1910), 4 Valses-Caprices (1882-1894), Dolly (1893-1896) (suite), georkestreerd door Henri Rabaud, Thema & variaties in cis-klein, op. 73 (1895), 8 Pièces brèves (1899-1902) en 9 Préludes (1909-1910). Gabriel Fauré (1845-1924) componeerde Mélodies, kamermuziek, orkestwerken en koorwerken. Sommige van zijn pianocomposities, gecomponeerd tussen 1860 en 1920, behoren tot zijn bekendste werken. Zijn belangrijkste pianowerken zijn de nocturnes, barcarolles, impromptu’s en de valses-caprices. Deze werden gecomponeerd in verschillende decennia en tonen Fauré’s stijlevolutie, van eenvoudige en jeugdige charme, over de introspectie van de turbulente periode in het midden van zijn leven, tot zijn laatste raadselachtige stijl. Andere opmerkelijke pianostukken, waaronder kortere werken of compilaties zijn de “Romances sans paroles”, de Ballade in Fis, de Mazurka in Si bémol, Thema en Variaties in C en de acht “Pièces brèves”. Voor pianoduo componeerde Fauré de “Dolly Suite” en samen met zijn vriend en oud-leerling André Messager, de uitbundige parodie op Wagner “Souvenir de Bayreuth”. Het merendeel van de pianomuziek is moeilijk om spelen, maar is zelden uitgesproken virtuoos. De componist hield eerder van klassieke en sobere terughoudendheid.

De enkelpedaalharp is een harp waarbij men elke noot afzonderlijk door een pedaal kan verhogen of verlagen. Het instrument telt zevenendertig snaren en zeven pedalen, waarmee de zeven noten van de toonladder kunnen worden gespeeld. Net zoals de dubbelpedaalharp heeft ook deze harp zeven pedalen, maar elke pedaal kan hier slechts in twee verschillende standen worden gezet. Bij de dubbelpedaalharp, in drie. Door pedalen te gebruiken kon de speler meer gecompliceerde harmonieën en chromatische melodieën spelen.Louis XV Special - Premium Harps - Lyon & Healy Harps

Het instrument werd in 1720 uitgevonden in Duitsland door Celestin Hochbrucker. Zijn (single-action) pedaalharp werd vervolgens verbeterd door Georges Cousineau, en in 1792, door Sébastian Érard. Omstreeks 1780 verving Georges Cousineau nl. de haakjes bovenaan de snaren door pennetjes om ervoor te zorgen dat de as van de snaar niet meer zou verschuiven en het akkoord langer kon worden aangehouden. In 1728 werd zo’n harp aangeboden aan keizer Karel VI en ten tijde van zijn dochter keizerin Maria Theresa (sinds 1740), veroverde dit instrument Wenen en andere Europese centra. Toen haar dochter, Marie-Antoinette, in 1770 naar Parijs ging, had ze een dergelijke harp bij zich.
De dubbelpedaalharp daarentegen, is de verbeterde vorm van de enkelpedaalharp. Hierop kan met pedalen elke noot met een halve toon worden verlaagd of verhoogd door de pedaal naar boven of beneden te verzetten. Dit type harp werd in 1810 door de Franse harpbouwer Sébastien Erard uitgevonden om de harp aan te passen aan de modulerende muziek zonder dat er een extra rij snaren moest worden aangebracht, zoals bij de chromatische harp. De dubbelpedaalharp is doorgaans de meest bespeelde harp voor gevorderde harpisten (vaak beginnen harpisten met een goedkopere Keltische harp). In praktisch alle grotere symfonische orkesten is deze harp terug te vinden.

Op het programma staat werk van o.a. Gabriel Pierné (1863-1937), Francois Couperin (1668-1733), Jean Cras (1879-1932), Jean Philippe Rameau (1683-1764), Paul Hindemith (1895-1963), Joaquin Rodrigo (1901-1999), Reinhold Glière (1875-1956), Joseph Guy Ropartz (1864-1955), Domenico Scarlatti (1685-1757), Nino Rota (1911-1979), Albert Roussel (1869-1937) en Gabriel Fauré (1845-1924).

Sarah O’Brien studeerde aan het Conservatoire de Musique de Genève bij Catherine Eisenhoffer en sloot haar studie af met een premier prix de virtuosité in 1991. Verdere studies deed ze bij Pierre Jamet, Parijs en Susann McDonald, Indiana University, School of Music, Bloomington, VS. Ze was prijswinnaar van het Concours d’execution musicale (CIEM) Genève in 1997, 1991-1994 winnaar van de studiebeurs van de Ernst Goehner Stiftung Zürich, 1988-1998 harpiste van het Sabeth Trio Basel en winnaar van de Zwitserse kamermuziekwedstrijd Migros. Een aantal internationaal bekende componisten, zoals Kaija Saariaho, Nicolaus A.Huber, Rudolf Kelterborn en Walter Feldmann hebben werken aan het Trio opgedragen. Haar positie als eerste harpiste van twee van ’s werelds meest gerenommeerde orkesten, heeft haar geleid op tournees door Europa, Azië en de VS en concerten in de beroemdste zalen ter wereld.

Sarah O’Brien harp is een buitengewoon veelzijdige harpiste die bewijst dat de harp zich niet langer laat beperken tot een smal romantisch kader, maar een eigen stem heeft, van barok tot hedendaagse muziek. Sarah O’Brien is al meer dan 20 jaar soloharpiste bij het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam en de Münchner Philharmoniker. In 2014 besloot ze haar werk te concentreren op haar lesgeven en meer tijd te besteden aan haar studenten. Ze is professor harp aan de University of Arts Zurich en de University of Music, Bazel. Haar studenten zijn prijswinnaars van internationale concoursen en winnaars van orkestposities. Voor haar posities in Zwitserland was Sarah O’Brien naast haar werk in het orkest professor aan het Mozarteum Salzburg en de Muziek Hogeschool in Rotterdam. Ze doceerde als gastprofessor aan de Muziekuniversiteiten van München en Amsterdam, de Sibelius Academy Helsinki, de Juillard School New York en de zomercursussen in Montepulciano, Italië. Ze is jurylid bij internationale concoursen en orkestaudities.
Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek

Rezension Stretto – Magazine voor kunst, geschiedenis en muziek januari 31, 2022 | January 31, 2022 “Storie di Napoli” door Maria Ladurner, Barbara Heindlmeier en La Festa Musicale, op het label audite. Heerlijk!

Barbara Heindlmeier (blokfluit), Maria Ladurner (sopraan) en het ensemble La Festa Musicale, hebben Barokke Napolitaanse virtuoze concerti en sierlijke aria’s vol vindingrijkheid, contrast, temperament en charme, samengevoegd tot een sonisch verhalend stadsbeeld van het beroemd muzikaal centrum.Napels heeft door de eeuwen heen een belangrijke en levendige rol gespeeld, niet alleen in de muziek van Italië , maar ook in de algemene geschiedenis van de West-Europese muziektradities. Deze invloed strekt zich uit van de conservatoria voor oude muziek in de 16e eeuw tot de muziek van Alessandro Scarlatti tijdens de barok en de komische opera’s van Pergolesi, Piccinni en, uiteindelijk, Rossini en Mozart.De Napolitaanse School, van muziekhistorisch belang tussen de Romeinse School en de Venetiaanse School, was een groep 17de – en 18de -eeuwse operacomponisten die studeerden of werkten in Napels. De bekendste was Alessandro Scarlatti met wie de moderne opera begon en Francesco Provenzale wordt algemeen beschouwd als de oprichter.“Storie di Napoli” is de derde cd van La Festa Musicale voor audite en presenteert een innovatieve benadering van het gevarieerde en expressieve Napolitaanse barokrepertoire. Sensuele aria’s en virtuoze concerti van Alessandro Scarlatti, Domenico Sarro, Francesco Mancini, Giuseppe Porsile en Nicola Fiorenza, werden samengevoegd tot een sonisch verhaal dat de beste verhalen van Napels vertelt uit de barokke hoogtijdagen van wat toen de op twee na grootste metropool van Europa was. Deze omvatten een ontmoeting met de verleidelijke sirene Parthenope die volgens de mythologie de stad stichtte, een bezoek aan de gelaagde onderwereld van Napels met verrassende wendingen, en de uitbundige sfeer van het typisch Napolitaans straatleven, vol festiviteiten en levensvreugde.

Samen met de jonge en veelbelovende sopraan Maria Ladurner en onder leiding van de gerenommeerde blokfluitiste Barbara Heindlmeier, die bekend staat om vernieuwende concepten, slaat La Festa Musicale met dit project nieuwe wegen in. Af en toe worden de delen van de concerti onderbroken, waarbij aria’s worden verweven. Hierdoor kan een nieuwe overkoepelende verhaallijn worden verteld, waarbij de vele facetten van deze fascinerende stad vakkundig worden vastgelegd.Het Noord-Duits barokensemble La Festa Musicale staat voor uitstekende artistieke standaarden, die tot uiting komen in creatieve, multidisciplinaire concertformaten en samenwerkingsprojecten van topklasse. Naast bekende werken bevat Storie di Napoli ook zelden gehoorde ontdekkingen en een première-opname van de aria “Nel mio petto” (uit Il ritorno d’Ulisse) van Giuseppe Porsile. De rijkdom aan kleur, de emotionele densiteit en de snel bewegende contrasten van dit repertoire worden weerspiegeld door het ensemble met wisselende instrumentatie en – geheel in lijn met de barokke kunst van ornamentiek en improvisatie – door eigen bijdragen toe te voegen, zoals in de levendige Tarantella napoletana alla festa musicale.
www.pizzicato.lu

Rezension www.pizzicato.lu 03.03.2023 | March 3, 2023 Vielversprechender Auftakt zu einer Schumann-Reihe

audite startet mit dieser Einspielung eine auf zunächst drei CDs angelegte Serie mit Jimin Oh-Havenith.
Schumanns 1. Klaviersonate op. 11 entstand in den Jahren 1832-1836 und ist seiner späteren Frau Clara gewidmet. Jimin Oh-Havenith spielt sie mit einer Mischung aus Spontaneität und struktureller Überlegenheit, dass man von den ersten Noten des ersten Satzes an voll in die Musik hineinfährt und eine erlebnisreiche musikalische Reise mitmacht. In der Aria gibt es weder Gefühlsdrücker noch bewusst gesteuerte Sentimentalität. Dem entsprechend geht der zweite Satz vorüber wie ein Moment großen Glücks.
In den beiden letzten Sätzen, wo Kritiker Monumentalität, Ironie und anderes ausgemacht haben, kommt es bei Oh-Havenith zu einer sehr einfachen Erregung, phantasievoll, rein, frisch und mit ungemein großer Klarheit des Vortrags.

Ursprünglich wollte Schumann seine Fantasie op. 17 unter dem Titel ‘Große Sonate von Florestan und Eusebius’ veröffentlichen, die drei Sätze sollten mit ‘Ruinen’, ‘Trophäen’ und ‘Palmen’ überschrieben sein. Auch als Hommage an Beethoven war die Fantasie mal gedacht. Und der erste Satz, «vielleicht der leidenschaftlichste, den ich je geschrieben», gilt als Botschaft an Clara.
Zur Musik passt also der typisch romantische Atem. Und den hat diese Interpretation von Jimin Oh-Havenith. Ihr Spiel bleibt dabei frei von Extravaganzen und klingt sehr spontan. Nichts wirkt überladen, und das bekommt vor allem dem sehr poetisch formulierten und in seiner Einfachheit bewegenden langsamen Finalsatz. Hinzu kommt eine kristallklare Deutlichkeit.
Mithin ist dies ein vielversprechender Auftakt zu dieser neuen Schumann-Reihe.


With this recording, audite starts a series of three CDs with Jimin Oh-Havenith.
Schumann’s 1st Piano Sonata op. 11 was written in the years 1832-1836 and is dedicated to his later wife Clara. Jimin Oh-Havenith plays it with a mixture of spontaneity and structural superiority that from the first notes of the first movement one is fully immersed in the music and takes an eventful musical journey. There is no consciously displayed sentimentality in the Aria and thus, the second movement passes as a moment of great happiness.
In the last two movements, where critics have made out monumentality, irony, and other things, Oh-Havenith’s excitement is very simple, imaginative, pure, fresh, and with immense clarity of performance.

Schumann originally intended to publish his Fantasie op. 17 under the title ‘Great Sonata of Florestan and Eusebius’, the three movements to be titled ‘Ruins’, ‘Trophies’ and ‘Palms’. The Fantasy was also once intended as a tribute to Beethoven. And the first movement, «perhaps the most passionate I have ever written», is considered a message to Clara.
So the music requires the typically romantic breath which this interpretation by Jimin Oh-Havenith definitely has. Yet her playing remains free of extravagances and sounds very spontaneous. Nothing seems overloaded, and this is especially good for the very poetically formulated slow final movement, which is moving in its simplicity. In addition, there is a crystal-clear clarity.
This is a promising start to this new Schumann series.

Suche in...

...